De vakantietijd komt er aan en al bij de eerste de beste opmerking over de komende zomervakantie ligt iedereen dwars.

Je man geeft aan dat het ineens erg druk wordt op het werk en dat hij maar weinig vrij zal kunnen krijgen. Misschien zelfs wel af en toe in het weekend moet werken.  En als vakantiebestemming wil hij graag een actieve vakantie als tegenhanger voor een jaar lang bureaustoel hangen. Dus de bergen in of zo. Lekker mountainbiken, of klimmen of golfsurfen in de oceaan. En géén gewinkel! En een tent? No way! De kinderen willen alleen maar een vette disco en een zwembad. En verder niets. O ja, heel veel zon.

Dus jouw relax-and-take-it-easy gevoel ebt langzaam maar zeker weg. Want je voorziet een hoop gekibbel en gedoe over de uiteindelijke bestemming. En je begint op te zien tegen die lange dagen die er aankomen met kinderen die zich vervelen en allerlei dingen willen die ze (nog) niet mogen, te jong voor zijn, te veel geld kosten of gewoon te veel gedoe opleveren.

Op je werk gaan er meerdere collega’s tegelijkertijd op vakantie en je schoonmoeder heeft aangegeven deze keer geen logees te kunnen hebben in verband met een verbouwing. Ze komt liever een paar dagen bij jou. Dat lijkt leuk maar dat is (sorry schoonmoeder) héél vermoeiend omdat jullie nou niet bepaald dezelfde opvattingen hebben over ‘Rust, Reinheid en Regelmaat’. Dus ga je van tevoren je hele huis poetsen alsof je leven ervan afhangt en loop je zeker een week op je tenen. Nah ja, er is in ieder geval oppas voor de kinderen en daar mag je toch dankbaar voor zijn?

Inderdaad is je man veel aan het werk. Gestrest en vermoeid komt ie ’s avonds thuis en heeft dan echt geen puf meer om ook nog maar iets te ondernemen. Dus als jij ‘s middags uit je werk komt sjouw jij je een breuk met strandspullen en rijd je met mokkende beginnende pubers naar het strand om het een beetje leuk te hebben.

De vakantiebestemming is bepaald. Er is een vakantiewoning geboekt in een ultimate holidaypark ergens aan de Franse kust. Met disco, surfschool, duikgelegenheid en snackbar.

Je hebt je er maar (weer) bij neergelegd.

 

 

 

 

 

 

Herkenbaar?

Of althans een deel ervan? Het deel dat het altijd lijkt of het niet echt uitmaakt wat JIJ fijn vindt? Dat jouw beslissingen altijd uitkomen op een besluit dat goed is voor iedereen en maar een beetje voor jouzelf? ‘Ach als iedereen het naar zijn zin heeft, heb ik het ook” Die uitspraak? Dat je denkt “dan hoor ik tenminste het gesteun en commentaar niet van manlief dat ie weer achter me aan moet lopen winkel in winkel uit terwijl ie ook ergens een koud biertje kan drinken?  Dat je van het gezeur af wil zijn en maar toegeeft aan ‘het algemeen belang om maar niet al het gemok, gemor, gezeur en gedram te hoeven horen?

En waarom denk je dat dat gebeurt? Dat je man zuchtend en steunend achter je blijft lopen en buiten alle winkeltjes blijft staan? Dat je kinderen eisen dat er een disco is en anders ervoor zorgen dat er geen land met ze te bezeilen is?

Omdat jij ze dat geleerd hebt! Omdat jij altijd maar weer toegeeft en jezelf altijd maar weer onbelangrijk op de laatste plaats zet. Wanneer doen jullie de vakantie die ook JIJ echt helemaal leuk vindt?

En wanneer durf je dat hardop te zeggen? “Ik vind deze plek, deze bestemming, deze vakantie NIET leuk?” Niet toch? Want o wee, dan is er ruzie in de tent en dat is wel het láátste dat je wilt toch? Jij zult nooit degene zijn die het ‘verpest’ voor de ander. Maar de ander mag het wel verpesten voor jou. Want jij past je gewoon aan. Jij krijgt per direct allerlei zinnen in je hoofd als: “Als de kinderen het naar hun zin hebben, heb ik rust” Als manlief aan zijn trekken komt heb ik het ook fijn” “Als er niemand aan mijn hoofd zeurt dan heb ik een fijne vakantie” “Blije kinderen, blije ouders”.  Maar IS dat ook werkelijk zo? Kom je echt vol energie, uitgerust en met een fijn gevoel terug van je vakantie?

Ik waag het te betwijfelen

Want ik herken het. Tot op zekere hoogte. Want toen ik eenmaal ook mijn stem liet horen werden de vakanties nog leuker, voor iedereen inclusief mijzelf.

Hoe zit dat bij jou? Heb jij de vakantie die écht hélemaal aan jouw wensen voldoet? Of zit jij in het bovenstaande scenario? Dus in hoeveel % van de vakantiebeslissingen gaat het besluit om jou en in hoeveel % ben je het sluitstuk van het vraagstuk?

Ik ben heel nieuwsgierig naar je antwoord.

 

PS: wil je ook nog even lachen? Dan krijg je als toetje nog even deze foto in mijn meest charmante outfit 🙂

PPS: de kinderen op de foto zijn mijn (stief)kids, lang geleden. Ze dienden niet als voorbeeld in het verhaal, met klem gezegd!