Rare vraag? Maar ze zitten er echt hoor!
En het rotte is dat je ook nog zo streng voor ze bent….

Wie je ooit was…

Kun jij je nog het meisje herinneren dat je ooit was? Dat kleine kind dat blij en onbevangen de wereld in keek en naar iedereen lachte die in haar blikveld kwam? En die gewoon lekker kon dansen en springen en ‘gek’ doen. Maar toen vond je het helemaal niet gek als je ineens spontaan een liedje ging zingen. Of ging huppelen. Of op de grond ging liggen omdat je dat gewoon lekker vond.  Of een tekening maakte die zo abstract was dat alleen jij kon zien wat het voorstelde. Of helemaal in je eigen droom zat en je jezelf een prinses waande, of Mega Mindy of Superwoman, of een superstar. Of zeker wist dat je ooit beroemd zou worden. Of rijk. Of een supermoeder. Omdat dromen gewoon heerlijk is. Dat meisje dat met die heerlijk blije, onbevangen blik de wereld in keek.

 

Onderweg…

Maar ergens onderweg naar nu heb je geleerd om dat allemaal niet meer te doen. Omdat het niet ‘hoort’, niet netjes is, omdat de buren er misschien iets van zullen denken, omdat je er straf voor kreeg, omdat het niet goed genoeg was. Misschien doe je het nog wel maar dan ergens achteraf, als je alleen bent en als niemand je kan zien.

Of ze nu klein of groot zijn, beurse plekken hebben we allemaal opgelopen in onze jeugd. We zijn niet gezien of niet gehoord. We deden het goed maar het kon altijd beter. En daardoor maakten wij onszelf wijs dat het nooit goed genóeg was. Al die keren dat wij ergens in verbeterd werden maakten wij in ons hoofd een eigen vertaling: zie je wel het is weer niet goed genoeg. En hadden we er weer een blauwe plek bij.

Of erger. Als kind ben je afhankelijk van de liefde van je ouders en je omgeving en zul je er dus alles aan doen om die liefde te ‘verdienen’. Doe je je best, pas je je aan, zeg je JA als alles in je lijf NEE schreeuwt. Laat je toe wat je niet wilt en houd je je stil en onzichtbaar terwijl je zichtbaar en hoorbaar wilt zijn.

Maar al die keren raakte er weer een stukje gewond, een buts, een schram of een blauw plek. Of een open wond. En al die gewonde kinderen draag je nog steeds met je mee.

Wie je geworden bent…

En nu? Nu je een volwassen vrouw bent? Wat doe je nu? Nu zeg je nog steeds dezelfde dingen tegen jezelf. Pas je je nog steeds aan? Doe je wat je echt leuk vind of doe je wat hoort? Kom je op voor jezelf of laat je de ander voor gaan? Luister je naar de ander of luister je naar jezelf?  En wat zeg je tegen jezelf als er iets ‘fout’ gaat? Hoeveel keer ‘dat mag ik niet/dat kan ik niet/dat hoort niet’ zeg jij op een dag tegen jezelf?

Down to memory lane

Doe straks je ogen eens dicht en haal een paar keer diep adem. En blader dan eens in gedachten door het fotoboek van je jeugd. Ergens blijft je blik op een foto steken. En op die foto staat het meisje dat je ooit was. Kun je haar zien? Hoe ziet ze eruit? Wat heeft ze aan? Hoe kijkt ze? Hoe voelt ze zich? Wat doet ze op die foto? Wie is er nog meer te zien? En wat heeft zij daar op dat moment nodig?

En dan zul je merken dat het meisje dat jij ooit was, voor je staat. Gewoon zoals ze is. Zie je haar? Kun je contact maken? En als je dat meisje zo voor je ziet kun jij haar als volwassene, dan geven wat ze nodig heeft? Waarschijnlijk doe je nu hetzelfde als die anderen toen deden. Geef je haar op haar kop als ze iets niet goed doet. Zeg je dingen tegen jezelf als ‘sukkel’, ‘trut’, ‘uilskuiken’  of nog erger.

En wil je dat zo houden?

Ooit was ik zelf ook zo’n kind. Een blije spring-in-t-veld. Altijd aan het zingen, altijd in beweging. Bomen klimmen, kruip-door-sluip-door spelletjes. Dromen van mooie dingen.

Maar ergens onderweg werden alle dromen bij mij kapotgeslagen. Vernietigd. Weggevaagd. Ergens onderweg ben ik haar kwijtgeraakt, dat meisje van toen. Moest ik zorgen, aanpassen, serieus zijn, werd mij pijn gedaan, liep ik trauma’s op. Zware trauma’s. En heel gemakkelijk had ik mijzelf daarin kunnen verstoppen. Heb ik mij daarin verstopt.

Tot ik wakker werd, bijkwam uit mijn narcose en ben gaan leven. Ik heb een boel moeten opruimen en dat was hard werken. Pijnlijk ook. Diepe emoties. Diep verdriet. Diepe woede. Maar ook wel bitterzoet.

Dus ik weet waar ik het over heb als ik zeg: “Het leven wordt er echt mooier op als je je innerlijk kind heelt. Het meisje van toen geeft wat ze nodig heeft. Als je stopt met jezelf veroordelen, neer halen en klein maken. Als je uit je harnas vandaan kunt komen en de wereld open tegemoet kan treden. Zonder angst. Zoals dat meisje van toen.” Ik heb die reis gemaakt. Maak hem nog steeds. Maar iedere keer word ik er beter van en iedere keer wordt de wereld mooier. Ook om mij heen, ook voor de ander in mijn omgeving. Omdat ik mooier word.

ME-TIME!

Aarzel niet langer en laat jouw kleine meisje ook opgroeien. Mooier worden. Zachter en krachtiger.

Voor mij hoef je niet te wachten tot je later groot bent, je mag nu beginnen… Immers ieder moment is het juiste moment!
Want als je wacht tot

  • je kinderen groot genoeg zijn,
  • je ouders geen beroep meer op je hoeven te doen
  • je werk minder druk is
  • je man zijn carrière af heeft
  • je meer geld hebt
  • je je beter voelt
  • je meer energie hebt

dan is er altijd wel IETS dat voorrang heeft op jou, toch?

Wil je toch niet langer wachten op het ‘juiste’ moment? Wil je NUaan de gang? Ben je er klaar mee om jezelf steeds maar kleiner te maken en op de laatste plaats te zetten? Is het, eindelijk,  ME-TIME maar weet je niet goed hoe je dat moet doen?

Neem contact met mij op voor een gratis  Skype sessie van 30 minuten.